Wij wonen in geen groot huis. Voor twee personen en een kat is het net te doen. Het heeft een woonkamertje met open keuken, een slaapkamer en badkamer.
Ik ben daar heel content mee.
De ligging is leuk, en vooral rustig. We hebben weleens in andere buurten gewoond, maar nergens kan ik zoveel muizen vangen als hier. Ik heb zelfs een schuurtje met schuin dak – mijn koningsrots – waar ik zomers heerlijk over het weilandje naar het water kan kijken.
In deze buurt wonen buiten mij nog een stuk of vijf katten. Met enkele van hen onderhoud ik een-staakt-het-vuren, met inachtneming van territoriale grenzen. ’s Avonds spin ik op de bank, en de meeste tijd breng ik heerlijk ronkend door in vensterbanken of het voeteneind van het bed. Eigenlijk niks om over te klagen, zou je zeggen.
Dit was inderdaad zo, tot er onlangs een rare verandering in mijn onbezonnen leventje plaatsvond:
Het begon allemaal toen mijn baasje op onverklaarbare wijze een veelomvattende buik begon te ontwikkelen. De buik waar ik altijd zo heerlijk op lag begon zelfstandig van mijn baasje te bewegen en liet het niet meer toe als kussen gebruikt te worden. Meermaals werd ik door de buik geschopt, waarop ik blazend tegenover haar stond. Mezelf voor gek verklarend, want ik kan dan wel een huisdier zijn, maar ik heb ook mijn grenzen.
Hier bleef het helaas niet bij. Er werd er na verloop van tijd door vaderbaasje steeds ijveriger schoongemaakt en opgeruimd. Er was iets aan de hand in dit huis.
Op een goede dag 49 weken geleden (mensentijd 7 weken) verdwenen de baasjes ineens voor een paar weken (dagen voor jullie). Toen zij terugkwamen was er tot mijn grote schrik een klein harig wezentje in hun midden. In eerste instantie dacht ik dat ze een beertje gekocht hadden. De beharing bleek een kledingstuk en de aanwinst bij nader inzien, tja hoe zal ik het zeggen.. een soort poppetje.
Hoe dit allemaal kan dat moet u mij niet vragen. Wel zag ik snel dat het kleine wezentje hen zodanig beviel dat ze er hele dagen mee in de weer waren. En doodsbenauwd dat ik was voor het kleine dictatortje, het maakte enge geluiden en onverwachte bewegingen. En het had mijn baasjes volledig in de tang, zelfs voor een sanitaire behoefte liet het kleine schepsel zich bedienen.
Dit eerder zo rustige oord werd ook ineens bevolkt door mensen die ik hier nooit had gezien, stuk voor stuk in opgewonden stemming. Op merkwaardige wijze joegen zij er vele rollen beschuiten doorheen en brachten kleding mee. En zelfs ‘s nachts kwam ik niet meer aan mijn rust toe, wanneer het schepsel hoge kermende geluiden voortbracht vertrok ik met staart tussen de benen. Het was een hel.
Ondertussen zijn de gemoederen wat bekoeld en begin ik er langzaam aan te wennen. Het wezentje is er nog steeds, maar de buik van mijn bazin schopt me in ieder geval niet meer. Maar ik twijfel nu of ik me dat niet verbeeld heb. We hebben ook een hectische tijd gehad met zijn allen.




